2023  -  heropening kerk

Na de fusie van de parochies Kunrade en de H.Laurentius\is de Laurentiuskerk gerestaureerd, her-ingericht en toekomstbestendig gemaakt. Op 19 maart werd ze officieel in gebruik genomen met de zegening van het tabernakel en het nieuwe altaar.




INLEIDING

Welkom alle bouwdames en bouwheren, en u allen die zich hier thuis voelt. 
Er waren eens drie steenhouwers aan het werk. Een voorbijganger riep hen toe: ‘Wat doen jullie daar?’ ‘Ik houw stenen’, antwoordde de eerste. Dat was inderdaad precies wat hij deed. ‘Ik verdien brood voor mijn gezin!’, riep de tweede. Hij gaf daarmee de betekenis aan van zijn arbeid. ‘We bouwen een kathedraal!’, zei de derde. Zo gaf hij hun werk een belang dat over de grens van hun levensduur ging.  Bouwen is zoveel meer dan bouwen! 
Die heiligheid willen we vandaag tot uitdrukking brengen. We hopen en bidden dat deze ruimte velen tot zegen mag zijn.

OVERWEGING

MENSEN EN STENEN
De Belgische kerkjurist Rik Torfs heeft tijdens zijn coronapauze een lezenswaardig boek geschreven met de titel: ‘De kerk is fantastisch’. 
Hij begint met een jeugdherinnering. Zijn godsdienstleraar had uitgelegd dat de kerk niet de stenen waren, niet het bouwwerk, maar de mensen. 
De mèns is de tempel van God. 
De jongeman had om zich heen gekeken naar de norse gezichten in de kerkbank, de gehaaste eenlingen die over straat draafden... Hij voelde er geen enkele connectie mee.., maar het gebouw..., ja dat was vol geheimen; dat was de moeite waard!
De meest mensen die ik ken lopen in hun vakantie zeker twee of drie kerken binnen. 
Ze bewonderen het interieur, bekijken de ramen, lezen iets uit de geschiedenis, ontsteken een kaars en ademen de sfeer.
Het is doodzonde dat zoveel kerken ook in Limburg moeten sluiten. 
Ze hebben allemaal stampvol gezeten, maar de ontkerkelijking kwam in een stroomversnelling terecht. Na 50 jaar voortreffelijk dienst gedaan te hebben ging de kerk van Kunrade dicht. Er was kunst over. De parochies fuseerden en we besloten iets van Kunrade onder te brengen in de oude Laurentius. Hier stond al kunst van uiteenlopende stijlen en uit heel diverse tijdperken. Onze tijd mag er ook bij!Ik heb me altijd gerealiseerd dat de kerk niet van mij is of van het bestuur, maar van de parochianen. Ik begrijp goed dat mensen die hier geboren en gedoopt zijn hun hart vasthielden. Als ik zelf terugkom in de kerk waar ik de communie heb gedaan, dan ben ik blij, als daar helemaal niets veranderd is! Om die reden zijn we deze hele verbouwing in voortdurend gesprek geweest met de parochianen. Helaas heeft corona dat proces op een gegeven moment verstoord.

OUD EN NIEUW
Met carnaval ben ik nog door Maastricht gewandeld. Het zien van de ‘Boonte Störrem’ riep veel herinneringen bij me op. Liedjes uit de kindertijd droegen allerlei diepe gevoelens aan uit de vijftiger jaren. ‘Diech kins miech tralalalala’, ‘D'n drekmaan, dee geit stake’. Maar al gauw werd deze zoete nostalgie ruw verwoest door de oorverdovende beats uit enorme speakers die een nieuwe hip-hop carnaval door de straten schalden. Ik vond dat deze muziek niet bij Carnaval hoorde. Dat vond ik echt, maar ik had ongelijk. Als het feest de muziekuitingen van een nieuwe tijd niet in zich opneemt, dan verwijdert het zich van de nieuwe generatie en sterft uit.
Ouder wordend verdwijnt bij een mens de behoefte aan aanpassing. Wij ouderen horen graag het ‘Ave Maria’ en de ‘Derde Credo’, maar als er geen beatklanken bij mogen komen dan verlies je de jeugd. Wat voor de muziek geldt, geldt ook voor de kunst en voor het gebouw. Er is dus veel te doen, want niet de jeugd keert de kerk de rug toe, maar de kerk heeft zich van de jeugd vervreemd.
We hebben een stap gezet. Met eerbied voor de toren die Leo de negende nog heeft meegemaakt..., voor Dumoulin uit de negentiende eeuw toen Voerendaal net was overgegaan van Aken naar het nieuwe bisdom Roermond..., voor Jan Stuyt die op uitnodiging van Poels veel woningen bouwde voor de nieuwe mijnwerkers en de kerk uitbreidde met een dwarsbeuk..., met eerbied ook voor de kunst uit Kunrade..., schiep de architect een nieuwe eenheid voor een parochie die kwantitatief krimpt maar kwalitatief moge groeien.

HÈT VERHAAL EN ONS VERHAAL
Dit gebouw is ingericht voor religieuze, maar ook voor culturele bijeenkomsten; er is verstilling, maar er mogen ook ontmoetingen plaatsvinden. Het moge een plek blijven waar de verhalen uit het evangelie een bron van inspiratie zijn, en de verhalen van mensen van vandaag worden gehoord. 
Twaalf parabels uit het evangelie van Lukas, die Octavia Molea voor het altaar van Kunrade achter glas geschilderd heeft, zijn verwerkt in de kroon boven het altaar. Ze vertellen over de belangrijke menselijke waarden waarop onze beschaving is gebouwd. De zorg voor zieken en behoeftigen, de ijver voor gerechtigheid en de liefde voor de naaste.
Ons leven is niet een onverschillig toeval. Het is niet om het even wat wij doen of laten. Er is zoiets als goed en kwaad dat boven onze willekeur uitgaat. Om dat te belijden noemen we de naam van God. Ons geloof vormt een collectief geweten; we kunnen er elkaar op aanspreken. Het moet onze grote zorg zijn dat we dit aan de volgende generatie doorgeven.

WAAROM DIT GEBOUW?
Dan blijft wel de vraag: als ons lichaam de tempel is van de heilige Geest, en God in onze liefde woont, waartoe heeft de gelovige dan toch nog behoefte aan een speciaal gebouw?  Laat me dat duidelijk maken met een verhaal.
Een onderwijzer had gezien dat een jongetje uit de klas tijdens de pauze de speelplaats verliet. Sam verdween in een naburig bos. De leraar besloot om hem achterna te lopen en ontdekte toen dat Sam op een open plek in het bos onder een boom ging zitten. Hij zette zijn keppeltje op en begon te bidden. Na enige tijd stond hij weer op en spoedde zich terug naar de klas. Na de les riep de leraar Sam bij zich. ‘Je weet toch dat God – de Allerhoogste zij geprezen – overal is, en dat hij overal dezelfde is...?’ Sam knikte instemmend en zei toen: ‘Ik weet dat de Heer, – zijn heilige naam zij geprezen – overal is, en dat hij overal dezelfde is, maar..., meneer..., maar ìk ben niet overal dezelfde!’
Daarom bouwen we een huis waarin een mens kan voelen hoe bijzonder hij is. Niet zijn nietigheid, maar zijn heiligheid moge hij hier ervaren. Iedereen mag weten dat hij kind van God is, ook de ongelovigen en ongedoopten. Het asielrecht van de kerk was vele eeuwen absoluut heilig. In dit godshuis mag iedereen zich ervan bewust worden dat een welkom onderdeel is van een onoverzienbaar geheel en van onpeilbare eeuwen; van een mysterie. Je kunt het hier voelen en ruiken; je wordt niet klein gemaakt, maar eerder opgetild tot een hoger niveau.
We hebben stenen gehouwen, een boterham verdiend en een kathedraal gebouwd!




 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag84
gister133
deze maand4942
totaal834635