De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - 22ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
BIJ GOD AAN DE KEUKENTAFEL
 
 
 
KINDEREN DIE VRAGEN...
‘Kinderen die vragen, worden overgeslagen!’ Dat was een vaak gehoorde waarschuwing in mijn kinderjaren. ‘Bescheidenheid was toentertijd een deugd.’ ‘Op je beurt wachten’ sierde je. Onze grootouders hadden de crisisjaren meegemaakt. Ze wisten hoe moeilijk het leven werd, als je zonder werk kwam te zitten. Bescheidenheid, ja zelfs onderdanigheid was een eigenschap waar je het ver mee kon schoppen. ‘Met de hoed in de hand kwam je door het ganse land!’ Je moest bij je meerdere gunstig opvallen en dat deed je niet met een grote mond!
 
DE KAAS VAN HET BROOD
Die tijden zijn veranderd. Mensen zijn mondiger. Ze zijn degelijker opgeleid. Ze moeten concurreren. Je moet opkomen voor jezelf en van je afbijten. ‘De kaas moet je je niet van het brood laten eten!’ Je houding mag trots uitdrukken. ‘Hoog, Sammy, kijk omhoog, Sammy!’ Op een solicitatie is de eerst vraag: ‘waarom vindt u zichzelf geschikt voor dit werk?’ Wie dat niet kan beantwoorden wordt op assertiviteitscursus gestuurd.
Het mag duidelijk zijn wij het evangelie van vandaag anders beluisteren dan onze grootouders deden.
 
GASTMAAL
Jezus is boven zijn stand ergens te gast. Een vooraanstaande Farizeeër heeft hem op sabbat uitgenodigd. Het was gebruikelijk op de rustdag een gast te inviteren, en Jezus slaat de uitnodiging niet af. Jezus staat dicht bij de Farizeeën, zeker in dit hoofdstuk van Lukas. Jezus heeft zojuist gesproken over zijn dood en verrijzenis, en dat geloof in een hiernamaals deelt hij met de Farizeeën. Ze hebben instemmend geluisterd. Enkelen zijn hem zelfs komen waarschuwen dat hij beter kan onderduiken want de partij van de Herodianen staat hem naar het leven. En nu zit hij bij een hoge Farizeeër aan tafel.
‘Gast zijn aan tafel’ is een thema dat Jezus vaak in zijn verhalen gebruikt. Het is een geliefd beeld van het koninkrijk der hemelen. Jezus zal dus kritisch om zich heen gekeken hebben; die hoogwaardigheidsbekleders die voor en na verschijnen; hoe ze proberen te imponeren met hun ‘zondagse’ gewaden; hoe ze zich bewegen en neerkijken op het personeel. Hun haantjesgedrag is hem opgevallen. Elke gast is bezig zijn eigen ego op te krikken. Wij zouden zeggen: elke gast is zijn netwerkje aan het uitbreiden.
 
SCHAFTTIJD
Jezus was een timmermanszoon. Zijn vader ging nergens uit eten. Jozef at zijn boterhammen liever thuis, tijdens het schaften, leunend op de werkbank. Jezus zal zich daar het meest bij hebben thuis gevoeld.
En dan doet Jezus zijn verhaal. Wie op de ereplaats afstevent loopt het risico, dat hij vriendelijk verzocht wordt, om ergens beneden plaats te nemen. Wie beneden is aangeschoven kan hoogstens worden verrast door de gastheer die zegt: ‘vriend, kom wat hogerop.’
Het verhaal is koren op de molen van mijn grootouders. Zie je wel! ‘Hoogmoed komt voor de val.’ ‘Eenvoud is het kenmerk van het ware.’ Maar wij, hun kleinkinderen, wij voeden de nieuwe generatie heel anders op! We leren ze dat ze voor zichzelf moeten opkomen. ‘Je bent niks minder dan die ander.’ ‘De meester slaapt ‘s nachts ook in zijn pyjama!’ ‘Als je jezelf niet acht, hoe kun je dan achting van anderen verwachten.’ ‘Laat maar eens zien wie je bent.’ En we leren hen op te vallen door prestaties, auto, kapsel en kleding. De tijden zijn immers drastisch veranderd. En die gasten bij de Farizeeër, och, die hadden nog geen ongelijk. Sla je slag. Zorg dat je opvalt bij de burgemeester en de officier. En misschien zegt er wel iemand: ‘Sorry, deze stoel was gereserveerd.’ Dat is dan even slikken, maar daarom hoef je niet op voorhand al achteraan te gaan staan. Wij vinden het verhaal van Jezus wel mooi, maar het is geen advies dat we ons ter harte nemen.
 
AAN GODS TAFEL
Een ding realiseer ik me: Jezus is niet bezig met de opvoeding. Zijn verhaal is geen pedagogisch advies. Jezus veronderstelt een volwassene die niet verlegen is. Hij is niet bang voor hoge omes. Maar hij heeft het voor zijn geluk niet nodig om in hun schaduw te staan. De echte gastheer in ons leven is God. En God kijkt anders naar zijn gasten dan de voorname Farizeeër. God kijkt het eerst naar de eerlijke mensen, zonder kapsones en dure imago’s. Dus, als je bij God op wilt vallen dan moet je niet bezig zijn anderen te kleineren. God vind je, als je die concurrentie niet meer nodig hebt. God vind je als je aanschuift aan de keukentafel en daar je brood breekt.
 
PARTIJTJE
Lieve kinderen. Gwen zat aan tafel. Ze had het druk. Zaterdag gaf ze een partijtje. Gwen werd 9 jaar. Ze mocht 9 kinderen uitnodigen. De viltstift stak in haar mond en haar ogen keken naar het plafond. Ze zuchtte. Mamma keek vanachter het fornuis naar Gwen en wilde helpen. ‘Waarom vraag je Ivo niet, die vond je toch zo leuk?’ Gwen trok haar neus op. ‘Bij Ivo was het niet leuk. We kregen alleen maar van die bloemkooltjes die niet gekookt waren en toen moesten we buiten hard rennen! ‘Amanda dan? Vraag die!’, zei mamma. ‘Amanda viert haar verjaardag helemaal niet. Dan zijn ze op vakantie.’ Ineens ging mamma een licht op: ‘Ben jij alleen maar kinderen aan het uitnodigen die zelf leuke feestjes geven? Maar kind! Wat zal jouw verjaardag een saai partijtje zijn met allemaal verwende portretten. Je moet gewoon leuke kinderen uitnodigen: Ivo, Amanda, Sjoerd... Misschien krijg je wat minder cadeautjes maar het wordt wel leuk!’ En even later voegde ze eraan toe: ‘Ik zou op het kaartje schrijven: breng geen cadeau mee maar wel goede zin!’
Hier was Gwen het gedeeltelijk mee eens. Ze nam de viltstift uit de mond en schreef: ‘Breng goede zin mee..., én een cadeautje!’
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag68
gister267
deze maand3798
totaal841085