De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - 28ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
AANSTEKELIJK VERHAAL!
 
 
 
 
 
BESMETTELIJK
Voor een orthodoxe Jood waren er in de oudheid meer dan 60 situaties waarin hij onrein werd. Het zwaarste gold de aanraking van een lijk. Op de tweede plaats kwam contact met een melaatse! Een lepralijder mocht zelfs zijn eigen kind niet dichter naderen dan ongeveer 2 meter, en als het waaide moest hij minstens 50 meter uit de buurt blijven. Die maatregelen zijn in het licht van de hedendaagse wetenschap wat overdreven, maar ze hadden wel tot gevolg dat tijdens de epidemieën in de Middeleeuwen de Joden duidelijk minder zwaar getroffen waren.Hetgeen overigens weer leidde tot de verdenking dat de Joden de bronnen van de Christenen hadden besmet.
 
GENEZING
De koning van Aram had, op oorlogspad in Israël, een meisje geroofd. Toen zijn geliefde generaal, Naäman, melaats bleek te zijn, vertelde het meisje dat er in Israël een profeet was, die hem genezen kon. De zieke gaat op weg naar Elisa, met een aanbevelingsbrief van de koning, tientallen kilo’s zilver en twee feestgewaden. Als Naäman aanklopt bij de profeet, komt deze niet eens naar buiten. Hij stuurt zijn knecht met de mededeling dat Naäman zich maar in de Jordaan moet gaan wassen. Naäman vindt de Jordaan echter maar een armzalig slootje, vergeleken bij de stromen van Syrië, en hij verlaat teleurgesteld de wonderdoener. Gelukkig heeft hij een verstandige knecht. Door hem  laat hij zich overhalen om toch in de Jordaan te baden, en zijn huid wordt nieuw als van een pasgeboren baby! Hij wil de profeet met geschenken overladen, maar Elisa wil geen vergoeding. Gezondheid is pure genade en Elisa had die ook zelf om niets ontvangen. Je moet geen geld slaan uit de nood van een ander.
 
BELONING
De knecht van Elisa, Gechazi, vindt het zonde. Hij ziet met lede ogen dat het gezelschap huiswaarts keert met al de meegebrachte geschenken. Hij rijdt Naäman achterna. Als deze de knecht ziet, schrikt hij: ‘Heb ik iets fout gedaan?’ ‘Nee, dat niet’, zegt de knecht, ‘maar mijn heer heeft zich bedacht. Er zijn enkele arme studenten aangekomen; dus een talent zilver en die feestgewaden, zouden goed van pas komen!’ Naäman bedenkt zich geen ogenblik. Hij is blij om iets tegenover de gave van zijn gezondheid te kunnen stellen. ‘Neem beide talenten; en hier zijn de feestkostuums.’ De knecht rijdt met zijn schatten naar huis en verstopt ze. De actie van zijn knecht is Elisa niet ontgaan. De profeet is woedend en slaat zijn knecht voor straf met melaatsheid.
 
LESSEN
We kunnen iets leren van dit verhaal! Naäman loopt zijn genezing bijna mis, omdat hij de Jordaan zo’n miezerig riviertje vindt. We willen wel gered worden, maar de redding moet wel aan onze verwachtingen voldoen! Gods hulp komt echter vaak uit een onverwachte hoek. De genade schuilt in de kleinste stroompjes!
En dan God. God is in het verhaal niet alleen de God van de Israëlieten, maar evengoed van de heidenen. Zijn liefde is er ook voor de generaal van Israëls vijand. Naäman had nog het primitieve idee dat goden gebonden zijn aan een bepaalde landstreek. Hij kan zich die universele, boven alles tronende God van de Joden niet voorstellen. Daarom neemt hij maar een vracht aarde uit Israël mee. De God van Israël is er ook voor hem!
Maar het meest kunnen we leren van de knecht van Elisa. Met een leugentje incasseert hij de geschenken die de profeet had afgeslagen en daarvoor wordt hij zwaar gestraft. Zijn hele familie gaat onder lepra gebukt. Waarom eigenlijk?
Zou het verhaal in zijn oorspronkelijke vorm misschien de besmettelijkheid van de ziekte willen benadrukken? De feestkledij kwam van een leproos. Van een zieke moet je niets aannemen; het zal je besmetten! Toch is het dat niet alleen. Het verhaal vertelt ook: Gods goedheid is er voor iedereen en daar moet jij niet rijk van willen worden. Jij moet niet gaan staan tussen Gods genade en je medemens.
 
AANSTEKELIJK
Dat is de les die ik uit het verhaal trek. Mijn gezondheid, mijn welvaart..., ze zijn maar voor een klein deel mijn eigen verdiensten. Ze zijn geen eigendommen, die ik anderen mag onthouden.
In dat licht begrijp ik de boosheid van paus Franciscus, nadat honderden Afrikanen bij Lampedusa verdronken zijn in een poging om fort Europa binnen te komen en er hun honger te stillen. Grenzen sluiten kan niet het antwoord zijn op de armoede in Afrika. We moeten - hoe dan ook - gaan delen!
 
WAT ZEG JE DAN?
Lieve kinderen. ‘En wat zeg je nou?’ Mamma zei het met doordringende stem en herhaalde nog eens: ‘Wat zeg je nou?’ Daan trok zijn gezicht strak en keek boos naar de grond, vast besloten om niks te zeggen. Oma had hem een Marsje gegeven en toen hij die blij wilde openscheuren kwam mamma hem weer corrigeren. Daan wou niks zeggen. Voor oma hoefde het ook niet. ‘Toe Daan, zeg eens netjes dank-je-wel’, drong mamma aan. Toen werd het Daan genoeg. Met een boos gebaar kwakte hij de half opengescheurde Mars op tafel en draaide zich boos om. Hij wist zelf niet waarom. Oma greep hem nog net bij de schouder en trok hem naar zich toe. ‘Laat mamma maar Dank-je-wel zeggen als ze dat zo nodig vindt’, zei ze met een knipoog. De Mars stopte ze Daan in zijn broekzak. Daan wrong zich vrij uit oma’s arm en fluisterde gauw: ‘Dank je wel oma!’
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag46
gister56
deze maand4108
totaal813347