De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - 2de zondag van de advent © Harrie Brouwers, Voerenaal
 
 
SLANGENNEST
 
 
 
 
ENGEL OF AAP
U kent dat grapje wel. Roy komt hijgend thuis en roept zijn vader toe: ‘Pappa, pappa, weet jij hoe de mensen op aarde zijn gekomen...?’ Pappa antwoordt rustig van achter de krant: ‘Dat heb ik je toch verteld. God heeft ons geschapen....’ Waarop Roy zegt: ‘Ja, maar de juf heeft ons verteld dat we van de apen komen...!’ En pappa reageert - nog steeds van achter de krant -: ‘De juffrouw misschien wel!’
Over de mensheid doen twee stambomen de ronde. De ene herleidt onze afkomst tot de apen, de ander noemt onze oorsprong goddelijk. De valkuil is dat we uit die twee er eentje kiezen; dat er maar één van beide waar kan zijn. Onze dierlijke en onze goddelijke oorsprong zijn niet met elkaar in strijd. Ze zijn allebei waar, op een ander niveau.
 
LAM EN LEEUW
Het mooiste kerstlied is voor mij nog altijd: ‘Toen God in Bethlehem als kind geboren lag..., het lam dat liep te grazen met leeuwen in de wei; zonder te bijten stoeiden met geiten panters en tijgers..., en naast de wilde beer lag kalf en lam en veulen...’ Ik hoop dat ze het in Brabant mogen zingen! Het vertolkt de droom van Jesaja over een wereld waar de haat verdwenen is, waar levende wezens niet ten koste van elkaar bestaan en waar de meest roofzuchtige niet de koning is. Eeuwenlang hebben mensen het met hem meegezongen, geknecht door slavendrijvers, kruisridders, veroveraars, in tijden van vervolgingen, oorlogen en etnische zuiveringen; steeds wanneer de mens zijn dierlijke oorsprong liet zien en als een beest te keer ging. Of eigenlijk erger dan een beest, want het moorden van mensen overschrijdt de grenzen van voeden en gevoed-worden wezenlijk.
 
PUTIN EN OBAMA
Zo dromen we in de winter van de beer die stoeit met een kalfje; over Putin die Obama een welgemeende handdruk geeft, nadat homofielen zich in Rusland thuis mogen voelen en de armen in Amerika tegen ziektekosten verzekerd zijn, terwijl ze aan tafel gaan zitten met verongelijkte moslims.
Inderdaad, de midwinterdroom van het Christendom lijkt een utopie. De panter die met het geitje stoeit is wereldvreemd. Doden en gedood worden hoort bij de schepping en als een wesp kakkerlakken eet, of een kikker muggen vreet, zijn we al gauw tevreden.  Leven ten koste van ander leven is een onderdeel van de schepping.
En toch is de mens daar niet tevreden mee. Nu komen we op het niveau waarop we zeggen dat wij een goddelijke oorsprong hebben. Een mens kan ook het geluk van de zwakkeren op het oog hebben. Hij kan het recht zien van wie kwetsbaar is. Hij kan uitstervende diersoorten in bescherming nemen. Een mens droomt van harmonie, ook al kan hij die niet onmiddellijk realiseren. Voor een gelukkige samenleving van mensen op aarde hebben we die droom nodig, hoe wereldvreemd ze ook lijkt.
 
GELOVIG EN ONGELOVIG
Het lam dat graast met de leeuw bezingt de kern van het christendom. Jezus noemt dat ‘het koninkrijk van God’. Het is geen politiek programma, het is geen wereldrevolutie; het is geen maatschappelijke stroming. Het is een altijd en in alle omstandigheden gelegen ideaal; het is een mogelijkheid die in elk conflict, in iedere crisis ligt. We kunnen ons boven de noodlottigheid verheffen en de barmhartigheid laten spreken. We kunnen iets van Gods scheppingsplan opnieuw ten uitvoer brengen. We kunnen zelf een stapje terug doen en vrede stichten.
Volgens mij is dit het hart van mijn geloof. Tegelijkertijd zie ik ook dat dit streven - zij het in andere termen en formules - ook leeft bij mensen die zich niet gelovig noemen. Dat moeten we heerlijk vinden en ten zeerste waarderen. Als onze vrienden of onze jeugd het geloof niet meer met ons deelt, laten we dan zoeken of we wel die kernwaarheid kunnen delen van gerechtigheid voor iedereen, van mededogen boven heerszucht, van een wereld waarin het kindje met een gerust hart zijn handje steekt in het nest van een adder, want in die wereld wordt God geboren!
 
HOND EN KAT
Lieve kinderen. Marly had zorgen. Vanmiddag kwam Oom Gijs op bezoek. Die bracht altijd zijn hond mee, Boris. Boris was een goed beest, dat wel, maar Mary had een poes, Belletje. Belletje was bang voor Boris. Ze dacht dat Boris haar het huis kwam afnemen. Dan begon ze te blazen en een hoge rug te maken en Boris ging dan met haar spelen. Belletje werd nog banger en klauwde naar Boris en probeerde over zijn neus te krassen. Als Boris heel dichtbij kwam dan ging Bellejte op haar rug liggen met de vier klauwen omhoog om toe te slaan. Boris zag de kat op de rug liggen en dacht: die geeft zich over. Gemoedelijk kwam hij dan naar haar snuffelen en dan sloeg Belletje met vier poten vol nagels haar slag. Boris rende jankend de hoek in... De bel ging. Daar was oom Gijs. Boris trok aan de riem. Marly hield haar hart vast. ‘Houd hem goed vast; Belletje is bang!’, riep ze uit. ‘Tja’, zei Gijs, ‘je poes, dat is waar ook. We zullen er vriendjes van maken. Het belangrijkste is dat we allemaal heel rustig zijn. Laat Belletje haar gang gaan. Ik houd Boris aan de lijn. Jij pakt een bakje kattenvoer. Doe maar een beschuit met echte muisjes!’ Gijs gniffelde. ‘Dan pak ik hondenbrokken en die geven we ze tegelijkertijd. Uit zijn zak haalde hij een zakje hondenvoer, terwijl Marly de kattenbrokken zocht. ‘Als ze genoeg te eten hebben, maken ze ook geen ruzie.’ En als het niet helpt?’, riep Marly ongerust uit de keuken. ‘Dan zet je Belletje maar achter de computer!’ ‘Achter de computer?’, vroeg Marly. ‘Kan ze met de muis spelen!’
 
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag37
gister56
deze maand4099
totaal813338