De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - 4de zondag in de advent © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
'HIJ ZAL ZIJN VOLK REDDEN UIT ZIJN ZONDEN...'
 
 
 
KERKTAAL
‘Ik begrijp nooit waar jullie het over hebben!’ Een jonge vrouw verontschuldigde zich ervoor dat ik haar wel nooit in de kerk had gezien. ‘Ik snap echt niet, waar die teksten over gaan.’
Ik begreep haar wel. De meeste priesters zijn oud. Hun betogen liggen vaak buiten de leefwereld van kinderen en jonge mensen. Zelden komt er iets aan de orde waardoor deze jonge vrouw zich aangesproken voelt. Predikanten ontlenen hun verhalen aan hun omgang met ouderen en zieken. Ze praten veel over rouwverwerking en over de dood, over bevrijding en vergeving, maar menig toehoorder voelt zich niet schuldig of gevangen. Een beetje uitdagend voegde de vrouw er aan toe: ‘Jullie hebben het altijd over verlossing en zonde. Wat nou? Voor welke zonde van mij is Jezus komen boeten? Voor mij hoefde hij niet te sterven!’ Ze ging wat milder verder met: ‘Ik vind die verhalen uit de bijbel best wel mooi! Nou ja, niet dat ik ze allemaal ken!’ Ze lachte er verontschuldigend bij.
 
BOOS
Haar opmerking kwam weer bij me op toen ik het evangelie van vandaag las. Jozef droomt over een engel die zegt: ‘Maria zal een zoon ter wereld brengen die gij Jezus moet noemen, want Hij zal zijn volk redden uit hun zonden.’ Wat betekent dat? Ik dacht: als die vrouw maar niet precies vandaag nog eens de kerk binnenloopt!
De mensen hadden vroeger het gevoel dat God boos was op de wereld en dat Hij spijt van zijn schepping had. Dat klinkt wat primitief - ik geef het toe. En toch kan ik me daar, met wat inlevingsvermogen, iets bij voorstellen. We kennen het gevoel immers zelf ook: dat we boos zijn op de auto die niet wil starten en tegen de band trappen...; dat we boos zijn om de deur die klemt en er met de vuist op slaan....; dat we boos zijn op de belastingaanslag en de enveloppe bijna verscheuren...; dat we boos zijn op Syrië waar miljoenen gezinnen op de vlucht zijn en dat we de krant met een klap neersmijten... Als ik lees hoe wreed mensen in Afrika om het leven worden gebracht, hoeveel slachtoffers aardbevingen maken onder de allerarmsten...., dan kan ik me voorstellen dat je de conclusie trekt: God bestaat niet, maar als Hij wél bestaat, dan moet Hij boos zijn en verdrietig! Als God ziet hoe traag de hulpverlening op gang komt, hoeveel kinderen ondervoed zijn, dan moet Hij wel denken: ‘zo had Ik de wereld niet bedoeld!’
Ik begrijp dat deze gedachte al te menselijk is. Ik kan God immers niet doorgronden. En mijn volgende gedacht is bijna vanzelf: had God dat van tevoren niet kunnen weten? Had hij de boel niet anders kunnen inrichten? Maar zulke overpeinzingen zijn zinloos. Ze begeven zich op een niveau dat ver buiten mijn denkvermogen ligt.
Als ik me voorstel dat er een liefdevolle God aan de oorsprong van de schepping ligt - en er is veel dat daarop wijst -, dan moet ik wel aannemen dat die God vaak teleurgesteld is en boos.
 
VERZOEND
Anders gezegd: ik ben ontwaakt in een ongelofelijk mooie en lieve wereld, maar soms zie ik veel onbarmhartigheid en dan lijkt het alsof die wereld zichzelf aan het vernietigen is. Het onrecht maakt me boos en moedeloos. Dan hoop ik maar dat God die boosheid met me deelt.
Jozef leeft in een wereld waarin zijn volk geknecht is en zwaar gebukt gaat onder tirannie en zware lasten. Nu verneemt hij in een droom, dat zijn vrouw een kind verwacht. Op dat moment is Jozef verzoend met de wereld en met al haar onrecht.
Als Jezus opgroeit blijkt het steeds duidelijker: hij verzoent ons met het kwaad. De frustraties over het onrecht vinden vrede. Er is hoop. God strijkt, als hat ware, met zijn hand over zijn hart. De schepping kan verder als de mensen de weg van de liefde gaan. De wereld wordt gered door wie zich laat inspireren door Jezus’ onbaatzuchtigheid, en in liefdevolle woorden en gebaren de oorspronkelijke bedoeling van de schepping eer aan doet. Jezus legt de betere mogelijkheden van de wereld open. God is weer met ons verzoend!
 
PAPPA BOOS
Lieve kinderen. Klaartje hoorde in haar kinderstoel de sleutel in de voordeur draaien. Ze stak haar vingertje in de lucht en zei: ‘pappa!’ Op hem hadden ze gewacht. De deur ging niet direct open. Je hoorde wat ongeduldig rammelen en toen een klap en een vloek. Klaartje werd stil en aandachtig en bleef haar vingertje omhoog houden. Toen hoorde ze een krassend piepend geluid en een klap. Pappa was met een voet op de houten brandweer gestapt en maakte en uitglijer over de gang. Opnieuw boos getier. Hij kon zich net opvangen en smeet zijn tas in de hoek. ‘Wie laat die rommel ook overal rondslingeren!’, klonk het boos terwijl hij de kamerdeur openmaakte. En daar zag pappa Klaartje in de kinderstoel. De lippen vol  gesmeerd met pindakaas, haar krullenkop een beetje scheef, de ogen ernstig en het vingertje nog steeds opgeheven naast haar oortje en van tussen de pindakaas klonk het lief: ‘Pappa, pijn?’ En pappa schoot in een lach. Alle boosheid was weg. ‘Kom hier, knuffel!’ Hij pakte Klaartje bij de krullen en likte de pindakaas van haar mond.
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag53
gister56
deze maand4115
totaal813354