De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - Kerstmis © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
 
HET KIND LACHT IEDEREEN TOE
 
 
 
ZONDER DE KINDEREN
‘Ik krijg mijn kleinkinderen te logeren’, vertelde verleden jaar een mevrouw. Jorg was bijna vijf. Ze keek vertederd en vertelde trots dat iedereen op school verbaasd was over zijn rekentoets. En Anne van bijna zeven was ook al zo’n bijdehandje! De pappa en mamma van Jorg en Anne waren op wintersport. ‘Die geven niks om Kerstmis.’ Ze laste een pauze in, om het tot mij te laten doordringen, dat haar kind niets om Kerstmis gaf. Haar gezicht betrok. ‘En nu heb ik haar moeten beloven dat ik de kids niet mee naar de kerk zou nemen.’ Ze veegde een traan weg. ‘Het lijkt wel of ze bang is voor Kerstmis!’ ‘Wat moet ik nou doen? Kan ik ze niet gewoon meenemen? Ik hoef mezelf toch niet te verloochenen!’ ‘Ik zou het niet doen’, antwoordde ik. ‘Kerstmis kan nooit een goede reden zijn om ruzie te maken. Breng maar een offertje.’ De goede verstandhouding met uw dochter is meer kerstmis dan ‘de herdertjes lagen bij nachte’. Kerstmis is ontdekken wat ons verbindt met elkaar, ook met de ouders van Anne en Jorg.
 
CRANBERRYSAUS
Soms schiet ik nog wel eens hardop in een lach, zomaar onder het autorijden. Dan zie ik ineens het gezicht weer voor me van die collega die een uitvaart aan het regelen was. Hij had aan de dochter gevraagd: ‘Was moeder ook gelovig?’ Daarop had de dochter, bijna verontwaardigd, uitgeroepen: ‘Behoorlijk fanatiek! Ze sloeg bijna geen kerstmis over!’
Zo zitten we vanavond dus met een stel fanatiekelingen bij elkaar! Trouwe kerkgangers, huisgenoten die er zin in hadden, of die geen spelbreker wilden zijn; kinderen die niets te kiezen hadden... Hoe dan ook, hier zijn we dan! Welkom! Wat zoeken we hier eigenlijk?!
We delen met de kerst in elk geval de decoraties: mos, sneeuw en elanden - of we willen of niet. We delen waarschijnlijk ook de behoefte aan geborgenheid en gezelligheid. Misschien delen we zin in reerug en cranberrysaus. Het zijn de geneugten die de religie van vandaag - de reclame - ons opdringt, en waarvan we allemaal wel vinden dat het bijzaken zijn. Er moet een diepere waarde zijn die te weinig wordt uitgesproken.
 
KETTERS
De bezoekers van de eerste kerstnacht, zo vertelt Lukas, waren herders. Herders waren geen gelovigen. Ze vloekten als ketters en deden alles wat een mens onrein maakte. Het waren zonderlingen. Lezen en schrijven hadden ze nooit geleerd, en vergeet maar dat ze hun schapen konden telden! Ze stalen vlees uit de kudde van hun baas. Maar dat deed er allemaal niet toe. In de ogen van een pasgeboren kindje doet dat er niet toe. In de ogen van het kindje is iedereen die lacht en zachte gebaren maakt en zingt, meer dan welkom. In de ogen van een pasgeborene is de hele wereld een wonder vol engelen en schapen. Kerstmis is er voor iedereen. Het is het feestje van de zondaars, van de ongelovigen; niet van de fanatiekelingen. Ze hoeven niet bekeerd te worden. Ze worden getrakteerd op de wondere wereld van God.
De herders laten zich vertederen. Het hulpeloze geschrei van de pasgeborene raakt een gevoelige snaar, een oude droom over een wereld van vrede. In ieders hart sluimert een visioen: de aarde is er voor iedereen; ze is een geschenk dat we mogen delen om er samen met volle teugen van te genieten. De rijkdommen van de aarde zijn er niet om door de machtigsten verspild te worden. Daar gaat het om. In dat visioen moeten we elkaar vinden. Een christen noemt het ‘het Rijk van God’, een humanist spreekt over een menselijke wereld. Als we elkaar in dat ideaal vinden dan doet de naam er niet toe!
 
VREDE OP AARDE
‘En?’, vroeg ik de logeer-oma enkele weken later. ‘Hoe was het met Anne en Jorg?’ Ze begon weer te glimmen van trots. Toen trok ze haar rimpels in de plooi en zei strijdlustig: ‘Ik heb me eraan gehouden, ik heb de kinderen niet meegenomen naar de kerk, maar ik ze heb thuis wel in de kerststal met de schapen laten spelen en ik heb ‘Hoe leidt dit kindeke’ met ze gezongen!’ Er blonk iets in haar ogen van de missionarissen van weleer. ‘En wat vond de dochter daarvan?’ ‘Och’, antwoordde ze met een tikje leedvermaak, ‘in Oostenrijk hadden de hele kerstnacht de klokken geluid. Daar was ‘t nog meer kerstmis dan hier. Ze hebben geen oog dicht gedaan.’ ‘Net als de herders’, concludeerde ik. Het verlangen naar gerechtigheid, vrede op aarde, is er voor alle mensen van goede wil.
 
VIES STALLETJE
Lieve kinderen. Angela pruilde: ‘ik vind het een vies stalletje’ Mamma was bezig met de kerstgroep. ‘O ja?’ ‘Ja! Maria is veel te klein, bijna zo klein als het kindje...’ Angela had gelijk. ‘Toen jij drie jaar was, heb je Maria eens mee uit wandelen genomen en we hebben haar nooit meer teruggezien. Toen heb ik die maar gepakt, uit de stal van oma. Kijk eens hoe mooi de sluier over haar schouder plooit!’ ‘Dan is Joseph veel te groot!’, hield Angela vol. ‘Dat is waar. Jozef komt uit de stal van pappa thuis. Die was heel erg groot. Opa plakte de hele achterkamer vol rotspapier. Jij hebt hem nog gezien toen je drie was. Je wilde er alleen maar onder kruipen!’ ‘En die schapen dan, die zijn allemaal verschillend.’ ‘Ook waar’, zei mamma. ‘Die kleintjes horen bij de nieuwe Maria en die met het gras tussen de benen komen van sint-Jozef. Die plastic schaapjes heb ik voor jou gekocht. Je was vijf en wilde honderd schapen...’ ‘En dat kindje dan? Van wie is het kindje?’ Mamma kreeg een brede glimlach op haar gezicht. ‘Dat kindje heb ik zelf gemaakt toen ik 18 was.’ Angela was er stil van. ‘Als ik later groot ben, krijg ík het stalletje dan?
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag45
gister56
deze maand4107
totaal813346