De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2013 - H. Familie © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
SAMEN ZIJN WE IEMAND!
 
 
 
OUDERWETS
‘Ik hoorde maar niets van mijn kleindochter!’, klaagde een oma. Ze had haar wel tien mailtjes gestuurd maar geen antwoord gekregen. Mailen kon ze intussen als de beste. Toen had ze haar maar getelefoneerd. Ze wist eerst niet dat dit kon, met een telefoon die nog op de gang aan de muur hing, bellen met een mobieltje; maar ze had Lisa aan de lijn gekregen! Op haar vraag waarom ze de mailtjes niet beantwoordde, had Lisa uitgeroepen: ‘Mailen?! Oma, dat is ouwerwets!’ Ze moest face-timen, viber-en of ‘ik weet niet wat ze allemaal deed.’ Als vanzelf ging het gesprek over de goede oude tijd, toen er twee keer per dag post werd bezorgd en je elkaar lange brieven schreef, liefst met een kroontjespen. Over de tijd dat er geen televisie was; alleen maar radio. Dat je met alle landgenoten zat te luisteren naar de bonte dinsdagavondtrein. In de zomer zette je de keukenstoelen buiten en dan zat iedereen op de stoep van de avond te genieten. Op de Heerlerweg en de Tenelenweg balanceerden de jongelui met ballen en hoepels. Sommige mensen haalden zelfs een kopje thee naar buiten. Maar de buurt was wel een eenheid. Je wist wie er ziek was en wie niet meer naar buiten kwam. Een weduwvrouw met zes kinderen vond soms een pan vlees voor de achterdeur staan. En die meneer van de hoek wilde je met zijn auto, als het nodig was, graag naar de dokter rijden. Je kon overal binnenlopen. Het touwtje hing uit de brievenbus.
 
LEDEMATEN
Bij Paulus lezen we, dat je een groep mensen, een buurt..., een parochie..., een familie...., met een lichaam kunt vergelijken. Dan denk je toch aan vroeger! ‘Samen zijn we één lichaam’, zegt hij. Je hebt mensen die het denkwerk doen, en mensen die van aanpakken weten. Je hebt er met een fijngevoelig hart en ook met een grote mond. Je hebt brutalen met de halve wereld en voorzichtigen met oog voor nuances. Je hebt elkaar nodig en iedereen stelt zijn kwaliteiten in dienst van het geheel. En als er eentje pijn lijdt, dan voelt iedereen dat. Als iemand eenzaam is, dan zoekt iedereen naar een oplossing, want we zijn pas gelukkig als we allemaal gelukkig zijn!
 
INDIVIDUALISTEN
Van onze moderne tijd wordt beweerd dat het individualisme tot extreme vormen is doorgevoerd. Ieder leeft op zichzelf. We beschermen onze privacy. We zijn boos als ons adres opduikt in een adressenbestand van de overheid. We hebben recht op onze eigen mening. Een nieuwkomer in de straat zal niet zo gauw meer een beleefdheidsvisite brengen aan de buren. Geregeld staat er een bericht in de krant over iemand die al maanden of zelfs jaren dood in zijn woning ligt. In sommige wijken collecteren de buren niet meer na een overlijden voor bloemen of missen. En we weten allemaal dat deze trend in steden nog veel verder is doorgezet dan hier in Voerendaal.
 
GEMEENSCHAPSMENSEN
De oma van de mailtjes had grote moeite haar eigen kleindochter te spreken. Die kleindochter zat namelijk vrijwel de hele dag op facebook. Niet altijd. Af en toe zat ze ook te twitteren. Ze klaagde over de Amerikaanse inlichtingendienst die al haar sms-sjes had onderschept, maar zelf publiceerde ze haar hele hebben en houwen in haar activiteitenlogboek, met de foto’s erbij. Ze had al 343 vrienden verzameld en die vonden bijna alles wat ze deed leuk. Onmiddellijk na het opstaan dook ze in haar mobieltje en las dat Jeremy een zotte baby op YouTube had gezien en Ciel naar een horrorfilm was geweest, Joep gister dronken thuisgekomen was en Ted een boterham met hagelslag had gegeten. Allemaal van weinig of geen belang, maar ze hoorde erbij. Ze vormde een gemeenschap. De vreugde van anderen was haar vreugde en de pijn van vrienden was haar pijn. De kleindochter was helemaal niet zo’n individualist. Ze had de mensen om zich heen even hard nodig als oma, alleen de buurt werd niet gevormd door aansluitende straten maar door internet. Als ze straf kreeg was dat geen huisarrest maar dan moest ze haar mobieltje inleveren.
Deze behoefte om op de ene of de andere manier onszelf een onderdeel te voelen van een groter geheel, samen een lichaam te zijn waarin allen profiteren van elke ander, en waarin iedereen lijdt onder het lot van een enkeling, die behoefte is wezenlijk religieus van aard. Ze verraadt dat een mens geen individu is, maar dat hij een vonk van God in zijn ziel draagt. Hij zoekt het geheel, hij zoekt het belang van de ander, hij wil gedragen zijn door allen.
De kleinste eenheid waarin dat gebeurt is het gezin. Dat is ons heilig.
 
BUIKPIJN
Lieve kinderen. Hij heette eigenlijk Gregor, maar iedereen noemde hem Pukkie. Pukkie had buikpijn. Met zijn treurigste gezicht kwam hij mamma vertellen dat hij onmogelijk naar school kon. ‘Kruip maar terug in je bed; zal ik dadelijk de koorts opnemen’, zei mamma die een ei stond te bakken. Pappa kwam eraan en keek haastig op zijn horloge. ‘Pukkie is ziek. Hij klaagde gister al, ik denk dat ik hem maar een dagje thuis hou’, zei mamma. ‘Hij kan toch niet alleen thuisblijven?’ ‘Nee’, zei mamma. ‘Ik had vanmorgen vrij genomen. Dan zeg ik de afspraak bij de kapper wel af. Vanmiddag komt Lucie poetsen en als jij vanavond dan wat eerder thuiskomt.’ Pappa ging wat uitzoeken in zijn agenda. ‘Voor vijf uur lukt dat niet.’ ‘Dan moet ik mamma even bellen.’ En met het mobieltje tussen schouder en oor geklemd belde ze met oma, terwijl pappa zijn gebakken ei kreeg. ‘Anders moet Joris het voetballen maar overslaan.’ Van boven de trap klonk een gil. Pukkie voelde zich in de steek gelaten. Nu was hij uit zijn bed gekropen en riep: ‘Niemand houd rekening met mij!’ Als Pukkie buikpijn had dan lag de hele familie op z’n kop!
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag37
gister56
deze maand4099
totaal813338