De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2014 - 3 koningen © Harrie Brouwers
 
 
 
KONINGEN OP DE DREMPEL
 
 
 
 
BOON, KOEK, KROON KURK....
Aan Driekoningen heb ik mooie, maar ook gemengde herinneringen. We bezochten de kerken in de buurt. Grote deuren, donkere ruimtes, onbekende mensen. In de koepelkerk lag de zwarte koning languit gestrekt voor de kribbe. ‘Uit eerbied’, zei mijn vader, maar wij meenden zeker te weten dat hij moe was van de reis. Mijn moeder bakte een driekoningen-koek. Dat woord riep meer verwachtingen op dan de koek waarmaakte. De plechtige naam sloeg immers op iets dat niet te onderscheiden was van een gewone tulband. Het verschil zat binnen in het gebak. Daar zat een bruine boon. Wie die boon in zijn plakje vond, mocht koning zijn - meer speciaal de zwarte koning! Wat er moest gebeuren als de boon doormidden gesneden werd, bleef mijn hele kindertijd onbeantwoord. Het gebeurde namelijk nooit. Al heel jong kreeg ik het gevoel dat mijn moeder het toeval manipuleerde. Dat kwam natuurlijk doordat ik mijn moeder kende. Ze verdeelde het geluk altijd pijnlijk nauwkeurig over alle kinderen. De boon leek ook nauwelijks mee gebakken te zijn. Navragen kon je niet, want dan werd alles natuurlijk verontwaardigd ontkend. Het koningschap bij de kinderen Brouwers was dus niet bij de gratie van het lot, noch bij dat van God, maar enkel bij dat van moeder. Het vervelende daarvan was dat, als je in de afgelopen jaren al eens koning was geweest, je dan wist, dat je voorlopig niet meer aan de beurt kwam. In elk geval werd de koning even later door mijn vader zwart gemaakt. Dat gebeurde met de roet van een kurk die in een kaarsvlam verbrand werd. Het voelde warm aan. Daarna kreeg je nog een oud gordijn om de schouders en een kroon op je hoofd.
 
GODS HEERLIJKHEID
Bij deze mooie herinneringen vraag je je toch af, wat dit charmante kindergedoe nog te maken had met het feest van de Epifanie. De Epifanie, het grote feest van kaarsen en mystieke muziek uit de christelijke landen van het oude Oosten, het hoogfeest dat de kerk uitbundig vierde op het einde van de twaalfdaagse zonnewende, het feest dat de apotheose was van de blijdschap om Gods verschijnen in de wereld, die op 25 december begonnen was. Het evangelie rept met geen woord over een boon. Matteüs vermeldt ook nergens drie koningen. Hij noemt alleen de boze koning Herodes. Van een koek is al helemaal geen sprake; de wijzen brengen goud en wierrook mee. Kinderen worden er niet zwart gemaakt. Ze worden naar aanleiding van het koninklijk bezoek vermoord. Het lied dat we daarna zongen over een nieuwe hoed had even weinig met het evangelie te maken. Eenmaal als koning verkleed, bezochten we niet het arme kind met cadeaus; integendeel, we liepen dan al bedelend langs de deuren!
 
MENGSEL
Al die folklore heeft oude wortels, vaak ontsproten aan de religie uit oude tijden en andere volkeren. Soldaten uit Mesopotamië zouden in het Romeinse leger middels een boon in het eten, al hun koning van de drank hebben gekozen om het nieuwjaar te vieren. Kloosters en zelfs koningshoven speelden een spel in de Middeleeuwen waarin kaarten getrokken werden om de koninklijke huishouding te bemannen. De vrolijkheid rond de jaarwisseling en het lengen van de dagen mengden zich met de godsdienstige mystiek van de vreugde om Gods heerlijkheid die als een glans over de aarde straalde. Het geloof dat de oorsprong van alle dingen, dat God zelf zich verzoend had met de stoffelijke wereld, dat was de grote verwondering. De opkomende zon, de glans van de sterren in de winternacht, zij waren geen goden, maar allemaal manifestatie van de Ene. De wijzen die knielden bij de kribbe, komend uit verre landen, uit het oosten, uit de woonplaats van het licht, het vloeide allemaal samen tot het grootste feest van het jaar, en er werd veel bij gedronken. De koning hoefde geen heilig boontje te zijn, hij zocht zich een koningin uit!
 
GOD EN TOEVAL
Straks is er weer koek. We doen dat elk jaar. Er zitten drie bonen in. Moeders staan er met argusogen naar te kijken. Ze zullen dadelijk de boon snel uit het deeg pikken en de aandacht afleiden naar ergens in de verte. Dan zullen ze hem stiekem stoppen in de snee van een kind in de buurt. Zo zijn moeders. Ze proberen het noodlot te manipuleren om hun kind gelukkig te maken. Ook dat hoort bij de traditie.
Toch zit er een diepe waarde achter die boon. Als we het koningschap door het toeval aan iemand toewijzen, dan kunnen we allemaal koning zijn. Vrouwen, mannen, kinderen, ouderen. In de ogen van het kerstkind kan iedereen koning zijn. En nu komen we zowaar weer dichtbij het oorspronkelijke verhaal: koningen van alle rassen en talen, vertegenwoordigen de hele wereld. God spreidt zijn glans uit over elk mensenkind. Moge onze ogen open gaan!
Dus mocht er angst knagen in ons hart, angst voor wat dit jaar ons brengt... Houden we onze baan? Blijft ons kind gezond? Blijven we leven? Verwildert de wereld? Kan de aarde zoveel vraatzuchtige mensen aan? De angst van een kind dat de grote deur openmaakt van een donkere kille kerk. Laten we ons verrassen door drie koningen die over de drempel komen en geschenken aanbieden.
 
JARIGE
Lieve kinderen. Toen Sara vanmorgen naar de kerststal rende zag ze een nieuw beeld. Ze wees ernaar: ‘Mamma, mamma, kijk, is die herder jarig?’ ‘Waarom denk je dat?’ ‘Hij heeft een kroontje op?’ ‘En die zwarte Piet ook!’ Sara deed verrukt haar ontdekking. ‘Drie jarige herders’, stelde ze tevreden vast. En ze hebben alle drie een cadeautje gekregen van het kindje. Ze moeten het nog uitpakken!’ Waarom heeft die herder een kameel?’ Sara schreef haar eigen kerstverhaal en met alles was ze blij!
 
 
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag36
gister56
deze maand4098
totaal813337