De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2014 - 2de zondag door het jaar
 
 
HEMELVOGEL GELAND
 
 
 
DUIVEN
Duiven hebben hun vaderland in de hoge kalkrotsen langs de kust van het huidige Turkije. Ze werden bewonderd om hun steile duikvluchten uit de hemel en hun snelle vluchten naar omhoog. Ze waren de ‘hemelvogels’ en de volken rondom Israël hadden soms duiventillen geplaatst op de kerkhoven. Wie een beeld zoekt voor inspiratie van omhoog vindt licht dat van de duif, een vogel die ook onder mijnwerkers erg populair was, en die een generatie geleden heel wat mensen bezig hield op de zondagochtend: duiven en de vroegmis! De liefde voor de duiven was voor de mijnwerker een ontsnapping uit de ondergrondse wereld.
Hun kwaliteit van postduif had men in de oudheid ook ontdekt. De Egyptisch farao’s gebruikten ze om belangrijke informatie, bijvoorbeeld de geboorte van een zoon, naar alle windhoeken van zijn rijk te verkondigen. Zeelieden namen ze mee om hun aankomst met verse vis tijdig aan de plaatselijke marktmeester te laten weten. Geen wonder dat Noach de duif op de ark benutte om zijn landing voor te bereiden.
 
LANDING
De hemelvogel verscheen aan Johannes toen hij Jezus doopte. Hij spreekt zijn overtuiging ermee uit dat Jezus bezield was door Gods Geest.
‘Ik zag de Geest als een duif uit de hemel neerdalen.’ Die woorden legt de evangelist Jan de Doper in de mond. Ik las eens dat je dit op twee manieren kunt lezen. Je kunt het lezen alsof de Geest op een duif lijkt, maar je kunt het ook lezen alsof het neerdalen van de geest lijkt op het landen van een vogel. Als de Geest van God over je komt dan is dat niet een steen die uit de lucht valt, het is geen overval, het is niet gewelddadig, maar het is nauwelijks merkbaar, als een vogeltje, als een vlinder, die op je schouder komt zitten. Je kunt het niet afdwingen; het overkomt je. Gods verschijnen in het leven van een mens is geen donderslag, geen blikseminslag, geen storm, geen aardbeving - zoals in een verhaal over Elia wordt verteld, maar het is een gebeurtenis die je bijna kan ontgaan, waarop je bedacht moet zijn. Het zit in de kleine dingen van het leven. God woont niet in het spektakel maar in eenvoudige daden van dienstbaarheid. God heeft geen grote mond, hij schreeuwt niet van de daken, Hij is dichtbij genoeg. Hij fluistert in de ziel.
 
LAMMETJE
In een tijd van geweld en onderdrukking spreekt Jan de Doper over de overwinning, maar zijn beelden zijn teer en kwetsbaar. Hij heeft het over een lammetje van God. Geen leeuw, geen adelaar, geen roofdier maar een lam, eerder een slachtoffer, de onschuld, ketsbaar en vertederend.
De verhalen willen de gelovigen gevoelig maken voor de zachte krachten van de liefde. Als hij daar wat geoefend in is, dan zal hij Gods heerlijkheid kunnen waarnemen die als een glans over de schepping ligt. Ze is als een vriendelijke groet en een bemoedigende knipoog in de ochtend. Ze is als een duif op zondagochtend die de hele zware week voor de mijnwerker goed maakte en hem even liet dromen over weidse verten..., en over een zilveren beker!
 
DAAN
Lieve kinderen. Een boze buurvrouw belde aan bij de moeder van Daantje. ‘Kijk nou toch eens, mevrouw’, riep ze met schelle stem en ze gooide twee handen vol troep op het tafeltje in de gang. ‘Dat lag allemaal achter de heg bij mij in de tuin. Dat heeft die ondeugende Daan gedaan.’ Ze liep met driftige stappen weg. Daans moeder keek ernaar. Ze zag een paar lange draden van haar breiwol en een stuk of drie rechte takjes. Er lag wat pleister en een tekening van een vogel met grote vleugels, duidelijk van Daan. Dus Daan werd erbij geroepen. ‘Heb jij die rommel in de heg van de buurvrouw gelegd?’ Daan kreeg een kleur en begon te vertellen. Hij had een duif zien fladderen over de weg. Die was bijna onder een auto gekomen. Hij had een lamme vleugel. Daan had de vogel gezocht, want hij begreep dat een lamme vogel makkelijk wordt aangevallen door een kat. Die vleugel moest worden gespalkt, met latjes en wol; dan kon die genezen. Hij had er een bouwtekening van gemaakt. Omdat hij de vogel niet vond had hij het spul maar in de heg gelegd. Daantje begon te snikken. ‘Waar zou die lamme vogel nu zijn? Zou hij pijn hebben?’ ‘Ik denk dat hij leeft’, zei ze terwijl ze een ongeruste blik wierp op de boomtakken in de tuin.
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag45
gister56
deze maand4107
totaal813346