De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2014 - 5de zondag in de 40-dagentijd © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
 
 
NAAR DE ZON
 
 
 
REMBRANDT
In 1890 verbleef Vincent van Gogh in een ziekenhuisje in Saint-Rémy-de-Provence. Hij was er opgenomen na de zoveelste zenuwinzinking. Vincent had zijn hele leven tegen depressies gevochten. Een schermutseling met zijn vriend Gaugin - het ging om een herbergierster op wie beiden verliefd waren - had hem een stuk van zijn oor gekost. Nu was hij opgenomen in een kleine kliniek aan de voet van de Alpilles. Men had daar voor hem een eigen ateliertje ingericht. Hij had er ook al enkele doeken geschilderd met irissen en seringen. Het ging in januari van dat jaar alweer wat beter. Hij herdacht er zijn zevenendertigste verjaardag, en van zijn broer kreeg hij enkele reproducties cadeau van etsen van Rembrandt. Hij hield daar van. Het verjaardagscadeautje bestond onder andere uit een David en de Samaritaanse vrouw, maar het meest intrigeerde hem Rembrandts ets van het verhaal over de opwekking van Lazarus. Rembrandt had daar een schilderij van gemaakt en later enkele etsen. Vincent hechtte aan de theolrie, dat Rembrandt met zijn spel van licht en donker iets wilde vertellen over de verwikkeling van leven en dood in het mensenbestaan. Hij beloofde zijn broer iets met het cadeautje te gaan doen. Een paar maanden later deed hij dat ook. Vincent maakte in Saint-Rémy en eigen versie van de opwekking van Lazarus.
 
JOHANNES
Het verhaal dat Johannes ons voorschotelt is dramatisch, vol emotie, met grootse gebaren en meeslepend verteld. Als je het beluisterd hebt, blijf je een beetje versuft achter. Wat moet ik hiermee? Kan dit echt gebeurd zijn? Waarom iemand uit de dood laten opstaan als hij daarna toch weer sterft? Is Jezus aan het stunten? Wil hij zichzelf bewijzen? Voor een moderne mens is het een ongelooflijke geschiedenis. Johannes heeft meer sterke verhalen, die de andere evangelisten, Marcus, Lukas en Matteüs níet hebben. Dat zegt toch iets! Een gebeurtenis als een opwekking uit de doden zal de drie andere auteurs toch niet ontgaan zijn?! Marcus, Matteüs en Lukas hadden bovendien wel een of twee generaties eerder geschreven! Maar Johannes ziet zich niet als historicus. Hij is geen man die analen bijhoudt. Hij beschouwt zich eerder als een theoloog die zijn geloofsinzichten te boek stelt en dat doet in dramatische verhalen met weidse ensceneringen. Maar welk geloof wil hij ons dan meegeven met deze reanimatie van Lazarus?
 
VINCENT
In Saint-Rémy heeft Vincent met de ets van Rembrandt gewerkt. Hij heeft ingezoomd op de graftombe. Jezus met zijn hoog opgeheven armen is uit het schilderij verdwenen. De andere toeschouwers evenzeer. Je ziet alleen een close-up van Lazarus in zijn graf. De man is lijkbleek maar herkenbaar is de rode dunne ringbaard. Duidelijk een zelfportret. Vincent identificeert zichzelf met Lazarus. Het ontwerpt niet een beeld van de grote wonderdoener, die op de wereld een verpletterende indruk maakt en zich als God openbaart, maar hij tekent een dode die het leven terugvindt, hij tekent zichzelf als iemand die vechtend tegen de duisternis, het licht ontdekt. Dat proces van het hervinden van het leven zet hij centraal. We zien Martha en Maria die hem helpen met het wegnemen van de windselen. Ze helpen bij de bevrijding, vol verbazing en vreugde. Vincent keert terug tot de levenden. In het midden staat een brandende zon te stralen aan de hemel. Er komt warmte en licht in de kamer van de dood. De verloren gewaande wordt uitbundig welkom geheten.
Enkele weken later wordt Vincent ontslagen uit het hospitaal. Hij reist naar Parijs. In juli van datzelfde jaar maakt hij een eind aan zijn leven. Het schot raakt zijn hart niet; het was te hoog. Een dag later sterft hij in Theo’s arm aan inwendige bloedingen. De juiste toedracht is nog omstreden. Sommigen hebben geopperd dat het een aanslag was.
 
JEZUS
Vincent is dood. Overgeleverd aan de nacht... of aan de zon? Vele malen was hij in zijn leven door de hel gegaan. Vaak had hij zich alleen gevoeld en te neer geslagen. Vaak ook was hij opgestaan, en had zich bemoedigd gevoeld en zich weer laten ontroeren door het leven, door de zonnebloemen, door de boerinnen, door de perenboompjes en steeds weer door de zon. Dat proces van leven in de dood, van licht in het donker, van nieuwe hoop in een depressieve stemming, van bevrijding voor een opgesloten ziel, dat moet Vincent gezien hebben toen hij de ets van Rembrandt bekeek over het verhaal van Lazarus.
Jezus wijst de weg naar het licht. De weg van de liefde. Liefde maakt het onmogelijke mogelijk. Johannes had het met eigen ogen gezien. Rembrandt had het zelf meegemaakt. Vincent had het aan den lijve ondervonden. Jezus is de weg naar het leven.
 
OMA-WORST
Lieve kinderen. ‘Ik weet waar oma-worst is!’ Lisa stond te trappelen om het te zeggen. Oma-worst had haar bijnaam eigenlijk van Joris gekregen, een neef van Lisa. Als ze bij oma logeerde dan gingen ze altijd in de stad worst eten. Vandaar. Maar nou was oma ongeveer een maand geleden gestorven. Nu stond Lisa met een bloemetje bij het graf. ‘Ze is niet in het graf. Dat doen we maar alsof.’ Lisa stak haar neus wijs in de lucht en verduidelijkte: ‘De oma in het graf is de dóde oma.’ Ze keek er ernstig bij. ‘Is er dan nog een andere oma?’, vroeg ik voorzichtig. ‘Ze schudde een beetje verward met het hoofd, maar liet zich niet van de wijs brengen. ‘Weet je? Opa heeft gezegd dat oma eigenlijk in de Hema is!’
 
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag40
gister56
deze maand4102
totaal813341