De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2014 - Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal
 
 
 
'HIJ MOEST WEL OPSTAAN'
 
 
 
MAATWERK
Ik herinner me het Pasen van vroeger! Door het hele huis had een zeer grote schoonmaak gewoed. Zelfs de stoffige zolder was onder handen genomen. Uit de kelderschappen waren de laatste verschrompelde aardappeltjes verwijderd en de rottende sterappeltjes. Bij dat voorjaarsritueel hoorde ook juffrouw Delnooy. Zij kwam elk voorjaar voor twee of drie dagen, helemaal te voet, in marstempo, van de andere kant van Maastricht. Ze kwam naaien. Juffrouw Delnooy was gekleed in stemmig donker blauw. Bij aankomst accepteerde ze een kopje thee, maar sloeg dan al gauw de handen in elkaar en riep: ‘Zo, nu aan de slag.’ Voor de rest zei ze het hoognodige. Al onze kleren werden aangepast, de zomen eruit gehaald, de broeken iets langer gemaakt, of voor de jongeren iets korter. De jurken en pyjama’s die echt helemaal versleten waren, werden zakdoeken en stoflappen. De rest was voor de loemeleman die luid zingend door de straat trok. Het huis was gewekt uit de winterslaap. De bewoners stonden er op zijn paasbest bij. Juffrouw Delnooy was geweest; Pasen kon komen.
 
ONTSNAPPING
Een communicantje stak haar hand omhoog. Ze wilde iets vertellen. ‘Zeg het maar!’ ‘Ik weet wat Pasen is!’, zei ze, en haar gezichtje straalde. ‘Toen is Jezus uit de grot ontsnapt!’ Haar buurmeisje luisterde nieuwsgierig toe. Wat moest ik daarop zeggen? Het beeld is mooi. ‘Ontsnapt uit de grot’, uit gevangenschap, uit het donker. Er zit iets in van bevrijding en feest. Maar ik zou graag willen dat Pasen voor deze meid ook nog iets betekent als ze naar de disco gaat, als ze haar eindexamen natuurkunde heeft gedaan en als ze zelf kinderen heeft. Is daar het beeld van een uit de grot ontsnappende Jezus sterk genoeg voor? Of moet juffrouw Delnooy hier dringend eens langs komen en met de schaar de zomen opentornen en de rok wat wijder maken?
De oude waarheden van het geloof zijn geformuleerd in de taal van vroeger. Die taal bevat ook het wereldbeeld van die dagen. De oude denkmodellen gaan knellen en roepen tegenspraak op. De jonge gelovige voelt zich aangevallen door wetenschappelijke inzichten en hedendaagse vanzelfsprekendheden.
In Jezus’ dagen dacht men bijvoorbeeld, dat de hemelkoepel, een paar torens hoog, boven de aarde hing en dat daar de goden woonden. Wie uit een grot ontsnapte, kon naar de sterren reizen, zonder door de ontbrekende luchtdruk uit elkaar te spatten. Tijd voor juffrouw Delnooy dus! Tijd om de aankleding van het mysterie aan te passen. De oude beelden zijn te eng geworden voor het grote Geheim.
 
AAN DE TAAL VOORAF
Het is de kunst van het geloven, om de grote verhalen te verstaan in hun eigen domein. Er is geen tegenspraak tussen de smaak van Praliné-paaseitjes en een paascantate van Bach, en evenmin tussen de schoonheid van appelbloesems en de stelling van Pythagoras. Ze hebben allemaal hun eigen domein waarin ze waar en belangrijk zijn. Het paasverhaal is geen natuurkunde, geen roman en geen historie.
Het evangelie vertelt over de hoop en de wanhoop van een mens die bij het graf staat van zijn geliefde leermeester. Maria van Magdala wordt er onweerstaanbaar naar toegetrokken, hoewel zij weet dat zij de Levende daar niet vinden zal. Simon staat voor de grens van het zijn. Hij zoekt in paniek de plek waa
 
 
r zijn dierbare hem ontglipt is. Hij staat daar waar de woorden zijn opgehouden om iets te laten oplichten. De taal kan niets onthullen van wat er vóór alle begrippen is; ze kan niet over haar eigen onvolkomenheid heen springen. Maar het hart huivert en hoopt. Het ervaart de leegte van het graf. En daar in die leegte, over de grens van alles heen, waar het menselijk inzicht aan het eind van zijn Latijn is en de fantasie een donker gat, ook daar is God. ‘Wees niet bang.’ Het ontzagwekkend wonder van het leven is niet opgehouden, als de dood het uitzicht belemmert. De leerlingen staan bij het graf, als een kindje dat nog niet praten kan. Het staat vol overgave in de wereld en vertrouwt erop dat er zin is en samenhang. Jezus is thuis bij de Eeuwige! Hij moest wel opstaan uit de doden. Ons vooruit.
 
PAASHAAS
Lieve kinderen. ‘Mamma, mag ik paashaas zijn?’ Joeri keek zijn moeder smekend aan. ‘Nee, ík wil!’ Laura stampte erbij de grond. ‘Jij bent al zwartepiet geweest!’, zei Joeri fel. ‘Nou, dan mag Joeri op eerste paasdag paashaas zijn en Laura op de tweede’, besliste mamma. Laura stak achter haar rug de tong uit naar Joeri. ‘Als je maar zorgt dar er genoeg eieren zijn!’ Joeri en Laura keken elkaar geschrokken aan. Ze dachten dat de paashaas de eieren alleen verstopte. ‘Hoeveel kost een ei, eigenlijk?’, vroeg Laura nog. En zo werd het paasochtend. Joeri was al heel vroeg op. Als de echte paashaas sloop hij door de tuin. Hij had 12 eieren gekocht en geverfd. Pappa, mamma en Laura kwamen naar buiten. Ze liepen als kinderen door de tuin. Joeri hield iedereen scherp in de gaten en aan het eind gaf hij nog een kleine aanwijzing. Toen gingen ze naar het ontbijt. Laura mocht het mandje dragen en aan tafel werden de eieren nog eens nageteld, maar ondanks tien keer tellen kwam niemand verder dan zes. Nou in elk geval genoeg voor iedereen. ‘Die andere zes zullen morgen wel te voorschijn komen’, zei Joeri terwijl hij onder de tafel naar zijn zusje trapte. ‘Au!’ ‘Ik krijg 2 euro van jou’, siste hij. Laura trok haar lelijkste gezicht, stond op, liep stampvoetend naar de kapstok en kwam met 6 paaseieren terug die ze veel te hard op tafel legde.
Je kunt met Pasen beter het kindje zijn dan het haasje!
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag48
gister56
deze maand4110
totaal813349