De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2014 - 3de zondag van Pasen © Harrie Brouwers
 
 
 
VLUCHTEN KAN NIET MEER
 
 
IEPER
Ik ga binnenkort een weekje naar België, onder andere naar Ieper. Als ik dat iemand vertel, wordt er begrijpend geknikt. ‘Natuurlijk, de grote oorlog, honderd jaar geleden.’ Niemand is vergeten hoe de ontwakende techniek, de zich uitbreidende spoorwegen en de zware kanonnen, van oorlog een moordmachine hadden gemaakt. Het aantal doden blijft gissen. 35 miljoen kunnen het er geweest zijn. De meeste slachtoffers waren nog geen twintig jaar en de ontelbare gewonden waren er vaak nog erger aan toe. Wij weten intussen dat Europa daar niets van geleerd had. En, zo stel ik verdrietig vast, nu Europese verkiezingen in aantocht zijn: het lijkt er op, dat we weer aan het vergeten zijn.
 
EMMAUS
In dit opzicht kunnen we een voorbeeld nemen aan de manier waarop de Joden herdenken. In de tijd van Jezus was het twee eeuwen geleden dat de Seleuciden verslagen waren. Deze onderdrukkers hadden de Joden in de ziel getrapt door de tempel in Jeruzalem  met Griekse afgodsbeelden te ontheiligen. De herovering en reiniging van de tempel wordt nú nog gevierd tijdens het jaarlijkse Chanoeka-feest. De naam van de leider van de vrijheidsstrijders was Judas. Enkele belangrijke veldslagen hadden plaatsgevonden in Emmaus. Emmaus lag 60 stadiën ver, zestig keer de omloop van de renbaan in Olympia. Het was een vestingstad, ruim 10 kilometer ten westen van Jeruzalem.
Deze herinneringen leefden zeker bij de lezers van Lukas. Voor hen is, na de dood van Jezus, Jeruzalem opnieuw ontheiligd. Gods tempel is opnieuw afgebroken. Twee teleurgestelde leerlingen verlaten de stad. Ze hadden van Jezus een politieke revolte tegen de Romeinen verwacht. Voor hen is na de kruisiging het hele religieuze avontuur met de Nazoreër mislukt. God stond kennelijk niet aan zijn kant. Het huzarenstuk van ‘Judas de Makkabeeër’ was niet herhaald.
 
WAPENGEKLETTER
De leerlingen discussieren, al wandelend, over de gebeurtenissen en over hun teleurstellingen. Telkens als de discussie hoog oploopt blijven ze staan, zoals wandelaars doen als het gesprek serieus wordt. Ze zoeken naar de betekenis van wat er gebeurd is. De dood van Jezus lijkt zo zinloos, zo godverlaten. Een jongeman van amper 33 jaar dood. Hoe kon God dit toelaten? Ze stellen de vraag van alle tijden. Hoe kon dit gebeuren? Hoe is dit te rijmen met een goede god? Ze zoeken naar passages in de heilig Schrift. Ze citeren uit het boek Makkabeeën, over de slag bij Emmaus. En zeker ook citeren ze uit Jeremia en de profeet Jesaja.
De wandelaars naar Emmaus kennen we niet. Eén wordt met name genoemd: Kleopas, een verbastering van een Griekse naam die zoveel betekent als ‘pappa’s trots’! We kennen hem niet. Hij komt verder niet voor in de bijbel. Het feit dat hij genoemd wordt, duidt er op dat de gemeente van Lukas hem wel gekend heeft. Kleopas had van Jezus de militaire bevrijding van Rome verwacht. Hij was totaal gedesillusioneerd. Door Jezus’ dood waren al zijn jeugdige idealen valse illusies geworden. Hij had zich tijdens de schermutselingen verborgen gehouden. Hij was bang geweest om ook opgepakt te worden. Op afstand en via de aanwezige vrouwen had hij gehoord wat er gebeurd was. Het had geen zin. Het leven is wreed. Willekeur en kwaad domineren de geschiedenis. De barmhartige God waarover Jezus had verteld kon niet bestaan, zoveel was zeker. Had Jezus het ook zelf niet geroepen aan het kruis?
 
BROOD BREKEN
Kleopas is de mens die verscheurd is door zinloos lijden, Het hele bestaan lijkt een afschuwelijke grap. Maar toen viel zijn aandacht op een passage bij Jesaja. Daarin wordt de Messias niet als een triomferende koning, niet als de gezalfde, de tweede David, afgeschilderd, maar als een knecht, een slaaf, een onschuldige die de klappen krijgt. God is niet een ‘Deus ex machina’, niet de wonderdoener met het toverstokje, niet de grote sinterklaas, maar Hij is het slachtoffer, de hongerige die brood vraagt, de naakte die kleren zoekt, de vreemdeling die onderdak nodig heeft. Zo verschijnt Hij in ons leven, en zo wordt ons de weg naar het leven ontsloten. De Emmaüsgangers blijven staan. Hun gaat een licht op. Dit inzicht voelde als het werk van de Heer; daarvan zijn ze overtuigd. En zo komen ze aan in het roemruchte Emmaus van waaruit de bezetter ooit het land was uitgedreven. Ze zitten aan tafel en breken brood. Weer  was Hij er. Werkelijk. Kleopas heeft het begrepen!
 
SOEPBALLETJES
Lieve kinderen. Vanachter het fornuis hoorde mamma hoe Raoul met Lisa zat te praten. ‘Weet je?’, begon Lisa, ‘als ik bij oma eet, dan bidt oma eerst! Dan doet ze de ogen dicht! En dan pak ik gauw een soepballetje uit haar bord!’ ‘O ja?’, vroeg Raoul geïnteresseerd. ‘Waarom doet ze dat?’ ‘Dat weet ik ook niet. Mamma zegt dat het ouderwets is.’ ‘Maar’, drong Raoul aan, die zich niet met een kluitje in het riet liet sturen, ‘waarom dan?’ Omdat hij het antwoord niet meer van Lisa verwachtte, liep hij naar zijn eigen mamma bij het fornuis. ‘Bid jij, als je gaat eten?’ ‘Ja, heel vroeger bij ons thuis dan baden we eerst aan tafel. ‘Waarom dan?’, eindelijk was Raoul waar hij wezen wilde. ‘Nou om God te bedanken dat er eten was op tafel. Er zijn genoeg mensen die het niet hebben.’ Raoul was er even stil van. ‘Waarom bidden we nou dan niet meer?’, was de onvermijdelijke vraag. Nu was mamma stil. ‘Ik weet het niet... We zijn misschien een beetje verwend!’ En met een knipoog naar Lisa voegde ze eraan toe: ‘En misschien hebben we tegenwoordig wel te veel soepballetjes voor iedereen!’
 
 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag44
gister56
deze maand4106
totaal813345