De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2020 - Pinksteren © Harrie Brouwers, Voerendaal





HET VIRUS EN DE GEEST



MET GESLOTEN DEUREN

Ze hadden zich opgesloten. Deuren en ramen dicht. Zeven wekenlang. Uit angst.  In ‘n afgesloten kamer. Ik heb het over de apostelen. Ze waren in quarantaine.
In de stilte van de afgelopen weken las ik een boek van de Tsjechische theoloog en psychiater Halík. Halík had onder de communistische dictatuur heimelijk de priesteropleiding gevolgd. Thans schrijft hij over de mogelijkheden voor moderne mensen om gelovig te zijn, zonder te vervallen in een oppervlakkig salon-christendom of in een lichtzinnig fundamentalisme.
Halík herinnert zich de eenakter van de Franse filosoof Sartres ‘Huis clos’, ‘Met gesloten deuren’. In een kamer praten drie mensen met elkaar. Ineens krijgt de toeschouwer in de gaten dat de spreker overleden is. Even later blijkt dat iedereen in de kamer dood is. In de gesprekken wordt hun armzaligheid van het leven duidelijk. Ze worden voor elkaar de hel, aldus Sartres. Alle mensen in de kamer zijn gestorven, maar ze doen alsof dat niet gebeurd is!
Nu zegt Halík: Sommige kerkelijke bijeenkomsten doen me aan die kamer denken. Men is druk bezig met een boodschap die zijn tijd heeft gehad, en men is bewogen door een God die al lang niet meer bestaat. 

GODS AFWEZIGHEID
De voorbije weken waren de kerkdeuren gesloten. Er vonden nauwelijks vieringen plaats. Er zijn geen godsdienstlessen gegeven. Er waren geen bijbelgroepen. Het godsdienstig leven verstilde..., net als de harmonieën, koren en voetballers. 
Het enige dat nog functioneerde in de parochie was het Maria-altaar. Daar kwamen mensen bidden. Daar werd heel wat leed verwerkt. Daar werd hoop gezocht en gevonden. Toen het virus alleen rondwaarde in een Chinese stad was het geen vraag, maar nu het zo dichtbij kwam, was de zucht niet meer te onderdrukken: waarom doet God niets? 
Toen de regering de teugels wat had laten vieren, kwam ik na een rondje fietsen thuis. Ik zette mijn fiets in het stalletje en ineens schoot de gedachte door mijn hoofd: ‘Nou God..., vindt U niet, dat we het er toch netjes vanaf hebben gebracht!’ Deze gedachte verraste me aangenaam. Ik bad niet ‘Wat hebt u ons aan gedaan?’ Ook niet: ‘we hadden wel straf verdiend...’, ‘waren te materialistisch geworden.’ Nee, ik voelde een zekere trots op de mensheid die zulke drastische maatregelen had aanvaard. Ik voelde ook dat de onderlinge solidariteit alweer een beetje begon te verslappen, maar de afgelopen weken, zal God best wel een trotse vader kunnen zijn - dacht ik. We hebben toch aardig naar elkaar omgezien! 
God bestaat - realiseerde ik me - in het besef dat ons doen en laten er toe doen. Zijn Geest is het bewustzijn dat wij verantwoordelijke wezens zijn. 
Het christelijk geloof lijkt een steeds kleinere rol te spelen in het leven van alledag. ‘t Evangelie geeft geen richting in de raadzaal van het gemeentehuis; niet in de behandelkamer van de dokter; niet in de autofabriek in Born of in de ontwerpkamer van nieuwe snelwegen. We leven in een wereld, waarin de geest van Jezus van Nazareth geen macht heeft. Soms doen we, alsof God er wel is, maar dan lijken we op de doden in de gesloten kamer van Sartres. Dan spelen we iets dat voorbij is.

IN DE LEEGTE
Maar toen het helemaal stil werd, zoals in de afgelopen weken...: was er toen niet iets te bespeuren van God? Hebt u in de retraite die achter u ligt, niet iets gevoeld van die goddelijke Geest? Een moeder zat te huilen omdat ze niet naar haar gehandicapte zoon mocht gaan. Een ziekenverzorgster kon geen oog dicht doen door dat beeld van een patiënt, die maar niet begreep waarom er niemand meer kwam. Een vrouw kon het telefoontje niet verwerken van haar kleinkind, dat aan een nieuwe chemo moest beginnen; zij mocht er niet naar toe. Er was veel ellende, maar er was ook veel verlangen, hunkering en meeleven. Voelt dat niet als Gods Geest die zich roert? Er klonken overal stemmen om het vol te houden, om uit te zien naar betere tijden. Een echtpaar goot de zelfgemaakte kippensoep in kleine bakjes om die per fiets voor de deur van enkele alleenstaande ouderen neer te zetten. Je voelde dat overal creativiteit opborrelde, de drive om te helpen, om leed te verzachten.
Dat is toch  de Geest van God! De belangeloze zorg van de ene mens voor de ander? De streling die pijn wil verlichten en nabijheid wil scheppen. Een lied van troost in de nacht? 
Niet in de macht van een organisatie, niet in de pracht van een oude traditie is Gods geest, maar in het kleine protest tegen onrecht. De woede om het leven dat wordt vertrapt. De bewogenheid met mensen die onder een kruis gebukt gaan. Al de dingen die we de voorbije weken zagen gebeuren en waarom de mensen zeiden: ‘het is toch ook een bijzondere tijd die we meemaken’..., ze laten Gods Geest zien.

NIEUWE POP
Lieve kinderen. Ik knikte vriendelijk naar Judith. Judith is 5 jaar. Ze stond aan de overkant van de straat. Als antwoord hield ze haar pop omhoog en riep: ‘Heb ik gekregen!’ ‘Ze is nieuw?’, riep ik terug. ‘Van oma!’ Ze keek naar haar aanwinst en plakte er een kusje op. Toen zei ze voldaan: ‘Van oma Terwinselen.’ ‘Heeft de pop ook een naam?’, vroeg ik, want ik kon me moeilijk voorstellen dat ze haar ‘Terwinsseltje’ had gedoopt. Judith stak de pop nog eens in de lucht en riep: ‘Ze heet Corona.’ Ik schrok. Ik wilde zeggen: Sjt!, niet zo hard...’ In plaats daarvan vroeg ik: ‘Waarom heet ze zo?’ Judith was duidelijk: ‘Omdat ik het mooi vind.’ Dat is de kracht van een kind. Het heeft geen vooroordelen. Het begint gewoon ergens opnieuw. Judith was de crisis al voorbij. Ze was een geliefde spreekbuis van Gods geest!


 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag85
gister133
deze maand4943
totaal834636