De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2020 - 27ste zondag door het jaar © Harrie Brouwers, Voerendaal









GOD OP DE ROMMELMARKT



AGRESSIEF
Aan het slot van een zeer gewelddadig verhaal, citeert Jezus rustig uit een psalm: ‘De steen die de bouwers hadden afgekeurd, is hoeksteen geworden.’ Het is een nuchtere relativering van de eerder beschreven agressie van de knechten. Zij mishandelden de gezanten van de baas en zij vermoorden tenslotte zelfs diens zoon, de erfgenaam. Als Matteüs dit opschrijft, dan weet hij al, hoe het met Jezus is afgelopen. 
Jezus zelf had erop gewezen, dat profeten keer op keer het volk hadden gewaarschuwd om zich aan de thora te houden. Keer op keer werden die waarschuwingen in de wind geslagen, en telkens wachtten het volk zware tijden. 
Je kunt het ook andersom zeggen: ‘Elke keer als het volk gebukt gaat onder een gewelddadige bezetter, die gevangenen maakt, die het volk belast met bijna ondraaglijke tolheffingen, dan wordt dat als de afwezigheid van God ervaren. En God keert pas terug als de mensen wegen bewandelen van gerechtigheid.

ZACHTMOEDIG
In dat eenvoudige slotzinnetje steekt de boodschap. ‘De steen die de bouwers afkeurden is hoeksteen geworden.’ Moord en doodslag worden niet meer genoemd. Waar het om gaat is de afwijzing. Bouwlieden hebben stenen gezocht in de groeve en sommige hebben ze bestemd om mee te bouwen; anderen zijn terzijde geworpen. Ergens op die afvalberg bleek later een hoesteen te liggen.
Men weet weinig af van de precieze manier waarop de gewone man zijn huis bouwde. De meeste huizen zullen van hout geweest zijn. Timmerlieden, zoals Jozef en Jezus, waren de bouwers. Meestal zal er een stenen fundament onder de muren hebben gelegen. Waarschijnlijk is de hoeksteen daar een deel van. ‘Fundament’ en ‘hoeksteen’ worden in de bijbel vaak in een adem genoemd. Wij zouden misschien eerder denken aan de sierstenen op de hoeken van hoge huizen. Of ook aan de stenen die de dakrand vormden. Of anders wel aan de sluitsteen: de bovenste steen van een boogconstructie die de hele druk van boven zijwaarts moet afleiden. Maar meestal denkt men aan het fundament. Daarop rusten de muren, mogelijk als een soort vakwerkbouw. Men graaft een sleuf en vult die met stenen, maar de steen die op de hoek komt te liggen moet stevig zijn anders vallen de bijeenkomende muren te makkelijk uit elkaar. 
 

TWEEDE KEUS
Let dus eens op de mensen die weinig ‘likes’ krijgt op facebook; op de spullen die de klanten afkeuren, op producten met lage verkoopcijfers of vernietigende recensies. Laat je aandacht uitgaan naar de kinderen die nie zo populair zijn en volwassenen op wie iedereen neerkijkt. Daar kunnen we juwelen ontdekken. Sterker. God heeft een voorkeur voor een jong meisje uit het verre, heidense Nazareth. Hij verkiest ze boven ‘n koningsdochter! Misschien is dat meisje met een Downsyndroom wel het zonnetje van de hele straat, de vredestichtster in de hele familie, de grond die zin geeft aan het leven van ouders, broers en zussen.
Mijn jongste broertje zat op blokfluit les. Op een zekere middag gaf het clubje een uitvoering in de patronaatszaal. Mij moeder zat afwachtend en bij voorbaat bewonderend op de derde rij. Naast haar zat een andere moeder. Het doek ging open. De dirigent kwam op en de uitvoering begon. Vlak voor het eind fluisterde die vrouw mijn moeder in het oor: ‘dat jongetje op rij drie moesten ze eigenlijk er uit halen; die kan geen maat houden.’ Ze doelde op mijn broertje, dus mijn moeder siste haar giftig toe: ‘Mevrouw, dat jongetje op rij drie dat is de énige die in de maat speelt!’ De weggeworpen steen was hoeksteen geworden, in de ogen van de moeder.

BIJ HET AFVAL
Het onaanzienlijke, de leerling die achterblijft; de baby die te laag scoort bij alle testen; de reisbestemmingen waar men de neus voor ophaalt; de buurtbewoner die met de nek wordt aangekeken; de 15-jarige meiden die spijbelend en rokend staan te giechelen voor een etalage; de jongeman die maar geen werk kan krijgen; de tante die niemand mag, omdat ze alleen over zichzelf praat en niet luisteren kan; de invalide die geen raad weet met zijn leven, die het gevoel heeft dat hij anderen alleen maar tot last is en liever dood gaat... noem ze maar op, die hele stapel afgekeurde stenen..., daarin is God op zoek naar bijzondere mensen, misschien wel naar zijn woordvoerders. Bij de aangepaste, normale mensen, is dikwijls weinig respect te vinden voor anderen. God zoekt elders, en laten we met die ogen eens wat vaker naar de wereld kijken!

KUNSTENAAR
Teun was een heel bijzondere jongen. Hij blonk niet uit in voetballen, en hij trok zich vaak terug op de speelplaats. Niemand kende hem goed. Wat Teun het liefste deed, dat was door de straten lopen als er oude spullen werden opgehaald. Wat de mensen allemaal op de stoep zetten..., hij geloofde soms zijn ogen niet. Koperen kandelaars, nachtkastjes, gordijnen, zelfs een complete vioolkist. Teun nam het mee naar huis, tenminste als het niet te groot was. Hij bracht het naar de zolder. Dat was zijn werkplaats. Hij haalde de dingen uit elkaar en maakte er iets nieuws van. Teun voelde zich een echte kunstenaar. Op een keer had mevrouw Winands gezien dat Teun een weggegooid vergiet meenam en ze had geroepen: ‘Wat ga je daar mee doen?’ ‘Sorry’, had hij gestameld, ‘ik spaar afval. Daar maak ik kunst van.’ Sindsdien belde mevrouw Winands Teun op als ze iets over had, en haar vriendin, juffrouw Janssen, en de poetshulp,Tiny, en nog veel meer mensen deden het ook en de kunst van Teun werd mooier en mooier, en Teun werd tenslotte een tamelijk rijke man, want het loont zich om eens te snuffelen tussen op de afvalberg.



 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag75
gister133
deze maand4933
totaal834626