De genoemde datums laten het moment van publicatie zien, 
De datum waarop de preek gehouden is ligt gewoonlijk een week later
2021 - 5de zondag van Pasen © Harrie Brouwers, Voerendaal






VRIJHEID EN VERBONDENHEID



LOSBANDIGHEID

Misschien was het alwéér een reclame... Misschien was het ook de vooraankondiging van een televisieprogramma dat nog moest gaan komen – natuurlijk ‘medemogelijk gemaakt door...’ Bij zulke storingen midden in een film of quiz haak ik onmiddellijk af, om dan te ontdekken dat de andere zenders op hetzelfde moment reclame maken. Ik had echter niet kunnen voorkomen dat ik nog net een jonge meid zag, die haar armen omhoog strekte en verrukt riep dat ze ‘eindelijk toe was aan de vrijheid!’ Ze was de corona-tijd met alle beperkingen helemaal beu. Ze was ‘hard aan vakantie toe’ en aan een festival. ‘Eindelijk vrij!’, verzuchtte ze met ogen vol verlangen. Deze boodschap maakte me boos. Wat een schrale opvatting over vrijheid schuilt hier achter! 
De beest willen uithangen aan een exotisch strand heeft meer met onze instincten te maken dan met onze vrijheid. Ik gun het iedereen en zeker de jeugd heeft het nodig. Er is niets verkeerds aan. Verlang er maar naar! Maar met vrijheid heeft het weinig te maken. Het is ‘eens wat anders’. Het is ‘broodnodige afwisseling’, het is ‘een oude gewoonte hervatten’. Vrijheid is van een heel andere orde.

LIEFDE
Vrijheid dat is: kunnen besluiten om nìet in het vliegtuig te stappen, omdat je de gezondheid van anderen niet in gevaar wilt brengen. Vrijheid is de discipline betrachten om niet in het park te gaan zitten, omdat het ziekenhuispersoneel overbelast is. Vrijheid is je liefde voorrang te geven boven je eigen behoefte. Vrijheid is geen ongebondenheid. Vrijheid is zo nodig in quarantaine te gaan. Vrijheid is liefde voor anderen.  Protesteren tegen de beperkingen, met een massa mensen zonder afstand en masker, dat is een gebrek aan vrijheid. Losbandigheid is niet hetzelfde als vrijheid.
Johannes zegt vandaag in het evangelie dat we er goed aan doen om ons te voeden met de geest van Jezus Christus. Een druiventros komt tot wasdom als hij verbonden is met de wortels in de grond. Verbondenheid tast de vrijheid niet aan, maar ze maakt vrijheid juist mogelijk!
Johannes zegt dit, omdat hij ervan overtuigd is dat we gelukkig worden als wij leven in verbondenheid met anderen. Vrijheid en geluk vind je niet in het volgen van je impulsen, maar in de liefde die erop uit is om anderen tot hun recht te laten komen..., in de liefde je geeft en in de liefde  die je tegemoet komt in de anderen die om je geven.
Ik sta in een traditie die zijn wortel heeft bij een gekruisigde; iemand die verkondigde dat je ook je vijand lief moet hebben, en dat je geen grenzen moet accepteren tussen Samaritanen en Judeeërs of tussen melaatsen en hogepriesters. Hij vergaf aan het kruis zijn moordenaars. In die grond wortel ik. Die geest bezielt de traditie waarin ik sta. 

VERBONDENHEID
Het internet heeft talloze archieven bereikbaar gemaakt. Stamboomonderzoek is populair. Het is leuk om te weten dat je overgrootvader analfabeet was en de zoon van een gastarbeider uit Tsjechië. Sommige mensen gaan verder. Ze laten hun genen onderzoeken. Ze ontdekken verwantschap met inwoners uit Portugal en Java. Het is goed om je wortels te kennen. Misschien maakt die kennis van je eigen herkomst je een stuk milder tegenover de rest van de mensheid. 
Als de priesters in Israël de eerste vruchten van het land aan God offerden, dan moesten ze bidden: ‘Mijn vader was een zwerver....’ De inmiddels welvarende landbouwers moesten hun herkomst niet vergeten. Zij moesten zich blijven herinneren dat ze vreemdelingen waren geweest in Egypte. Elke Pasen kropen ze in de huid van mensen op de vlucht. 
Je wortels kennen, weten in welke traditie je staat en je daarmee laten voeden, dat kunnen we leren van de wijnstok. Ergens centraal in die traditie, zeker in het Nabije Oosten, in Noord Afrika en Europa staat Jezus van Nazareth met zijn grenzeloos pleidooi om God te zoeken in de liefde. Daar ligt onze vrijheid, ook in corona tijd. Maak er iets van!

AARDBEITJES
Lieve kinderen. Opa was in de tuin bezig met het omspitten van de grond. Thijm mocht helpen. Hij kreeg een schepje en stond vlak naast opa. ‘Pas op, Thijm, niet de wortel kapot maken!’ ‘Thijm hakte zo hard als hij kon in de grond. ‘Ik zie geen wortel.’ Opa trok voorzichtig een jong plant uit de aarde. ‘Kijk, dat zijn de worteltjes. Zie je ze?’ Thijm trok een vies gezicht; hij lustte geen wortels. ‘Die dunne draadjes halen alles uit de grond want de plant nodig heeft. Die mogen niet kapot gaan, anders gaat de plant dood.’ Thijm moest nadenken. ‘Heeft een aardbei ook wortels?’ ‘Jazeker!’ ‘Zit er dan suiker in de grond?’ ‘Haalt-ie het rood ook uit de grond?’ ‘Waarom hebben wíj geen wortel?’ ‘Zou een beetje lastig lopen zijn’, lachte opa. De twee mannen spitten zwijgend en nadenkend verder; Thijm met het schepje en opa met de schop. ‘Eigenlijk’, opa ging rechtop staan en leunde op de schop, ‘eigenlijk ben ik jouw wortel.’ Thijm keek geschrokken omhoog. Het leek wel leuk om de aardbei van opa te zijn... ‘Maar....’, vroeg hij aarzelend – want hij was de les niet vergeten –, ‘als jij doodgaat, ga ik dan ook dood?’ Opa moest even nadenken en zei toen: ‘Tegen die tijd ben je zelf de wortel van kleine aardbeitjes.’ Dat snapte Thijm niet, maar het klonk goed. Daar klonk oma’s stem uit het huis: ‘Wie wil er verse aardbeien?’

 

  MENU


   
BEZOEK
vandaag14
gister93
deze maand4505
totaal829151